De imperfectie verbeterd

Haal allen opgelucht adem: sinds een paar jaar mogen we officieel weer imperfect zijn. Het begon denk ik met die waanzinnig populaire TED-talk van Brené Brown, over de kracht van de kwetsbaarheid. Of misschien was schrijfster Katie Roiphe eerst, met haar essaybundel met de alleszeggende titel ‘Lof van het rommelige leven’. Wie het ook was, de conclusie is telkens dezelfde: je eigen imperfectie is geen gruwelijk gebrek die je met veel opsmuk moet zien te verbergen, maar net een tache de beauté die je als een troef moet uitspelen.

Imperfectie is hot, zo mag een mens ook afleiden uit de populariteit van FAIL-conferenties en boeken als ‘durf falen’. En het is een geruststellende boodschap is, al moet ik zelf zeggen dat ik nooit de illusie had dat perfectie voor mij binnen handbereik lag. Het kwam er eerder op neer een manier te bedenken om na een mislukking zo snel mogelijk weer op de voeten te staan. Trouwens, hoe imperfect is die Brené Brown eigenlijk, die een topcarrière in de academische wereld heeft uitgebreid met een reeks boeken die wereldwijd de non-fictie hitlijsten aanvoeren?  Of hoe rommelig is dat leven van Roiphe echt, die afwisselend publiceert in Vogue, The New York Times en The Paris Review?

Die pleidooien voor imperfectie zijn (o ironie) zo onderhand toe aan verbetering. Mislukken mag natuurlijk, maar het is geen kunst. Een beloftevollere richtlijn in het leven is improvisatie: die denkt namelijk niet in termen van perfect of imperfect. Net omdat er op voorhand geen uitkomst is afgesproken, is improvisatie altijd ‘juist’.

Improvisatie als levensstijl levert meer op. Om die stelling kracht bij te zetten, haal ik er even een voedselmetafoor bij: de droge cake. Een louter imperfecte man zal, nadat hij de cake te lang in de oven heeft laten steken, enkel nederig het hoofd buigen bij zoveel menselijkheid. De man die niet enkel imperfect is, maar ook graag even improviseert, ziet in zijn ooghoek een appelsien in de fruitmand liggen en fikst snel een fruitsiroopje om over cake te gieten. Krijg je in plaats van die cake disaster zowaar een gepimpte quatre quart voorgeschoteld.

Enfin, punt gemaakt zou ik zo denken. En begrijp me niet verkeerd: het vraagt niet veel verbeeldingskracht om te bedenken hoe een volledig geïmproviseerd leven de kortste weg richting de afgrond is. Om die cake te kunnen maken heb je immers ook eieren, bloem, boter en suiker in huis gehaald. Een goede planning is essentieel, maar zelfs het meest gedetailleerde draaiboek kan je niet voorbereiden op die ondoorgrondelijke wegen van het leven. Improvisatie evenmin, maar dat heeft je tenminste de kans je draaiboek bij het vuil te gooien en iets te doen dat sowieso ‘juister’ is dan berusting.

Om de improvisatie op gang te trekken kan het nooit kwaad een extern hulpmiddel in te schakelen. Neem bijvoorbeeld een kaartje uit het stapeltje ‘Oblique Strategies’, ontwikkeld door Peter Schmidt en creatief wonder Brian Eno in 1975. Op elk kaartje staat een beperking omschreven, die je net moet helpen om creatiever te denken. Voorbeelden zijn “what would your best friend do”, “faced with a choice, do both” en “be dirty”. 

Wil je nog net een stapje verder gaan? Een workshop van INTERVENT, vanzelfsprekend