Schilderen op nummer

Kun je je waardering voor deze blog in een getal uitdrukken? Dan ben je impliciet van mening dat creativiteit te meten valt. Maar hoe doe je dat? En is het wel een goed idee?

Kleine bekentenis: ik heb een zwak voor leutige testjes zoals de proef met de ronddraaiende danseres. In welke richting draait ze volgens jou? Met de klok mee of er tegenin? De meeste mensen zien de danseres tegen de klok in draaien. Dat zou volgens de bedenkers van het experiment wijzen op een sterkere ontwikkeling van de linkerhersenhelft: aangezien een meerderheid van de bevolking rechtshandig is, en dus een sterker ontwikkelde linkerhelft heeft, draait de danseres voor de meeste mensen dus tegen de wijzers in. Het testje is zo populair omdat je zo ook te weten kan komen welke persoonseigenschappen bij jou dominanter aanwezig zijn: kort samengevat zou de linkerhersenhelft eerder rationele en praktische vaardigheden verantwoordelijk zijn, terwijl de rechterhersenhelft vooral voor creativiteit en fantasie instaat.

De hersenhelfttheorie is maar één van de redenen waarom veel mensen creativiteit en cijfermatige analyses niet verzoenbaar vinden. Ratio en poëzie lijken namelijk twee andere werelden, biologisch vervat in twee afzonderlijke hersenhelften. Hoe kan een originele expressie van een diepste wroeging zinvol geanalyseerd worden in een cijfermatige tabel? Dat de orde en rechtlijnigheid van het wiskundige universum van een onweerstaanbare schoonheid is, zal geen enkele estheticus ontkennen. Maar diezelfde wiskunde gaan gebruiken om deze en andere ideeën ook te gaan beoordelen? Dat levert zelden hoge punten op. 

Gelukkig heeft Intervent lak aan gevoeligheden. En houden we niet alleen van populair-psychologische testjes, maar ook van hardcore science. Uit recenter onderzoek blijkt ondertussen dat die hersenhelfttheorie grotendeels op de schop kan (en dat draaiende danseresje zowaar een gewone tweedimensionale animatie is - zowaar). Misschien staan originaliteit en een cijfermatige logica dan ook niet zo lijnrecht tegenover elkaar als we geneigd zijn te denken.

Verschillende onderzoekers hebben al een poging ondernomen om het ontembare beest van de creativiteit in getallen te vatten. In grote lijnen kan je de vele pogingen in twee groepen verdelen. De ene groep van tests probeert te becijferen hoe creatief een persoon of een team is. Een tweede groep tests wil de waarde van één bepaald idee zelf achterhalen . We geven van elk even een voorbeeld.

Psycholoog J.P. Guilford interpreteert ‘origineel’ denken vooral als ‘divergent’ denken. Hoe creatief een persoon of een team is, kan je volgens hem best bepalen op basis van de mate waarin de ideeën van deze persoon/groep onderling verschillen. Vertrek van een eenvoudige vraag, genre “Wat kan je allemaal maken met een paperclip?” en beoordeel de resultaten cijfermatig op volgende 4 aspecten: originaliteit (hoe nieuw is elk idee); vlotheid (hoeveel nieuwe ideeën zijn er in een bepaalde tijd); flexibiliteit (hoe snel gaat de persoon/groep van één nieuw idee over naar een ander nieuw idee); en complexiteit (hoe gedetailleerd is elk idee).


Het eindresultaat leert je iets over het geheel van de ideeën, maar natuurlijk weinig over het idee zelf. Om daar een uitspraak over te kunnen doen, moet je anders te werk gaan. Een voorbeeld daarvan is de ‘taxonomie van het creatief ontwerp’, ontwikkeld door Peter Nilsson. Zijn model ziet er grafisch uit als een babouchka van vierkantjes en kan je hanteren om een idee zowel op inhoud als vorm op zijn originaliteit te beoordelen. Is het idee een imitatie van wat al bestaat, een variatie, of een combinatie van twee bestaande ideeën? Nog originelere is een idee dat een transformatie is: er zijn elementen van een ander werk, maar het staat volledig op zich. Het meest origineel is natuurlijk de volledig ‘originele creatie’, wat ook de hoogste score verdient.  


Er zijn natuurlijk nog andere methodes, maar in elk van de gevallen kom je aan de hand van eenvoudige optelsommen gemakkelijk tot een eindgetal voor een individueel idee of een totaal van ideeën. Tegelijk is het ook niet meer dan dat. Want blijft de vraag wat je na de meting met dat getal moet aanvangen. De cijfers spreken namelijk  zelden voor zich: de heerlijke maar ook verraderlijke eenvoud van een getal vraagt nog altijd om de juiste interpretatie.


Want ook al zijn de aangereikte ideeën bijvoorbeeld niet zo ‘divergent’, ze kunnen toch duidelijk de goede richting aangeven. En een idee dat qua creativiteitsniveau niet meer is dan een lichte aanpassing van een andere idee, kan u alsnog miljardair maken (in de praktijk zijn vooral die kleine nieuwigheden het krachtigst). Om creatieve output te beoordelen en te gebruiken, kan je niet zomaar de cijfers volgen. Schilderen op nummer levert doorgaans niet een meesterwerk op, maar het is een begin.